U bent hier:
appeltjes plukken

Risicocompetentie in de klas

  • Onderzoeksvragen

Het onderzoek werd opgezet vanuit twee onderzoeksvragen:

  1. Meten de ontwikkelde risicoperceptietest (LINK)(gebaseerd op de beproefde principes van de veranderingsdetectietest), de ingevulde vragenlijst (LINK) door leerkrachten en ouders (vertaald uit het onderzoek riskid (Vetter, e.a.,  2008) en het ontwikkelde observatie instrument (LINK) bij kinderen van 3 tot 8 jaar een verandering in risicocompetentie na een intensief aanbod van avontuurlijke activiteiten ?
  2. Is er een samenhang tussen de resultaten bekomen op de risicoperceptietest, de ingevulde vragenlijst en het observatieinstrument ? Met andere woorden scoren dezelfde kinderen hoog voor de drie meetmethoden ?
  • Onderzoeksopzet

In het onderzoek definieerden we het begrip risicocompetentie en risicoperceptie en ontwierpen we een groeimodel en begeleidingsadviezen voor risicocompetentie aan de hand van literatuuronderzoek en focusgesprekken met leerkrachten uit het werkveld en collega’s uit het buitenland.  Het ontwikkelwerk van avontuurlijke activiteiten werd geverifieerd en geadviseerd door een beperkte groep van veiligheidsadviseurs.

Er werd een exploratief onderzoek met een experimenteel opzet uitgewerkt dat peilde het effect van een aanbod van avontuurlijke (risico-dragende) activiteiten.

Twee klassen 4 jarige kinderen (één controle groep van 23 kinderen en één experimentele groep van 24 kinderen) en twee klassen 6 jarige kinderen (één controlegroep van 19 kinderen en één experimentele groep van 23 kinderen) namen deel aan het onderzoek. Het totaal werkten 87 kinderen mee.

In de testfase werd risicocompetentie op drie manieren in beeld gebracht voor alle kinderen :

- via de risicoperceptietest
- via een vragenlijst
- via een observatieinstrument

Na de testfase kregen de twee experimentele groepen gedurende 14 weken een intensief aanbod van avontuurlijke activiteiten. 

Wekelijks werd er één avontuurlijke les lichamelijke opvoeding en één avontuurlijke activiteit in de klas aangeboden.  De inhoud van de activiteiten concentreerde zich in de les LO op ‘avontuurlijke activiteiten op hoogte, ‘stoeispelen', en ‘activiteiten rond verloren lopen en verstoppen’.
 De inhoud van de klasactiviteit focuste op het ‘avontuurlijke activiteiten met gevaarlijke voorwerpen.  Tijdens de laatste 4 weken kregen de kinderen een aanbod van buitenspelactiviteiten waarbij de klemtoon lag op ‘spelen op hoogte'en ‘avontuurlijke activiteiten rond snelheid'.

Na dit aanbod volgde opnieuw een testfase waarbij de risicocompetentie opnieuw via de drie instrumenten in beeld werd gebracht.

  • Ontwikkelde instrumenten

De risicoperceptietest die werd ontwikkeld door KULeuven i.s.m. Thomas More Hogeschool en KHLeuven.  Het is een visueel cognitieve test gebaseerd op het veranderingsdetectieparadigma en het wisselparadigma.  De kinderen krijgen via de computer paren van elkaar afwisselende foto’s te zien.  Per paar is één detail verschillend.  Dat detail is een risicovol element dat aan de foto wordt toegevoegd of een risiconeutraal element.  De snelheid waarmee een kind de verandering in de foto vaststelt is een betrouwbare meting van de mate waarin de verandering spontaan de aandacht trekt.  We vertrekken van de aanname dat risicocompetente kinderen sneller zullen reageren op de veranderingen die risico-elementen bevatten.

De Bonner vragenlijst is een lijst van 23 vragen die oorspronkelijk gegroepeerd zijn rond volgende dimensies : Zelfsturing en sociale competentie, potentiële ongevallen betrokkenheid en bedreiging, conflictoriëntering en afleidbaarheid , zelfwaardegevoel en zelfbeeld en sensorimotorische gemotiveerdheid.  Voor dit onderzoek werd de lijst vertaald en voor elke kind ingevuld door de leerkrachten en de ouders.  In het riscki onderzoek vonden we andere dimensies terug dan deze uit het Bonner onderzoek.  Sociale competentie, zelfwaardegevoel, conflictgevoeligheid, concentratie en motorische controle bleken de voornaamste factoren waarrond de antwoorden zich groepeerden.

Het observatieinstrument  bestaat uit items van het procesgericht kindvolgsysteem (Laevers, 2001).  Daar werd een specifiek item aan toegevoegd nl. Risicocompetentie.  Het gaat over een een holistische beschrijving van een hoge en een zwakkere risicocompetentie :

Een sterk risicocompetent kind beantwoordt aan volgende beschrijving.

Bij nieuwe situaties heeft het kind meteen zin om er in te stappen.  Hij zoekt op verschillende manieren uitdaging, spanning en verlegt zijn grenzen en praat er over.  Hij streeft spanning/ risico na door opwindingsverhogende strategieën maar past zijn gedrag aan bij gevaar voor zichzelf en voor anderen.  Bij moeilijke situaties of klein controleverlies geeft hij niet meteen op, maar blijft proberen.  Hij wil de activiteit zoveel mogelijk alleen doen.  Doorheen het spel toont hij zichtbaar verschillende emoties, spanning en ontlading“.

Zwakke risicocompetentie uit zich op twee manieren

 ZEER ZWAK vermijdend
De competentie ligt ver onder het gemiddelde niveau van leeftijdgenoten.
“Het kind neemt geen initiatief bij een nieuwe spelsituatie.  Hij blijft afwachtend en vermijdend.  Persisteert, toont weinig creativiteit in het spelgedrag.  Hij zoekt of vraagt zeer snel ondersteuning.  Bij de minste tegenslag, ongelukje geeft het kind op.  Toont weinig spelplezier of emoties van spanning of ontlading”

ZEER ZWAK ongecontroleerd
De competentie ligt ver onder het gemiddelde niveau van leeftijdgenoten.
“Het kind stapt impulsief in de spelsituatie.  Hij hanteert materialen op een foute manier, of brengt anderen in gevaar.  Hij overschat zichzelf en heeft geregeld kleine ongevallen.  Hij toont een weinig realistische creativiteit in zijn spelgedrag.   Het kind toont extreme emoties van spanning of ontlading of juist geen. “

De volledige beschrijving van de meetmethoden en de verwerkingsmethoden kun je terugvinden in het onderzoeksrapport.(LINK)

  • Resultaten

Risicocompetentie kan toenemen als je een rijk aanbod van avontuurlijke activiteiten doet.  Het positieve effect wordt zowel via de risicoperceptietest als de Bonner vragenlijst teruggevonden.

- De risicoperceptietest toont dat beide experimentele groepen na het intensieve aanbod correcter antwoorden wanneer ze risicodragende items opmerken.  De vierjarigen doen dit bovendien sneller.   
- Leerkrachten rapporteren een verbetering van concentratie, conflictgevoeligheid en zelfwaardegevoel  na het uitvoeren van het experiment.  De verbetering is het sterkst merkbaar voor 6 jarigen
- Risicocompetentie kun je observeren.  Het uitgewerkte observatieinstrument biedt perspectieven voor leraars om risicocompetentie te herkennen en te ondersteunen.  Het instrument moet echter meer verfijnd worden.

Er is een samenhang tussen de instrumenten.

- Kinderen die van hun leerkrachten een hogere score krijgen qua concentratie en motorische controle doen geven correctere antwoorden in de risicoperceptietest en dit zowel voor de pre als posttest voor alle items. 
- Bovendien blijken kinderen die hoog scoren op concentratie volgens hun leerkrachten ook hoog te scoren op risicocompetentie volgens de observatoren en dit zowel in de pre als posttest. 
- Een betekenisvolle  samenhang tussen de risicoperceptietest en het observatieinstrument wordt enkel in de pretest gevonden maar kan verklaard worden vanuit de wijze waarop de gegevens verwerkt werden.

  • Conclusies en discussie

Dit exploratief onderzoek naar het effect van een intensief aanbod van risicodragende of avontuurlijke activiteiten op de risicocompetentie van jonge kinderen levert een aantal interessante vaststellingen op die de moeite lonen om verder onderzocht te worden.

Risicocompetentie kan toenemen als men een rijk aanbod doet.  Het positieve effect wordt zowel via de Risicoperceptietest als de Bonner vragenlijst teruggevonden.  Voor de 4 jarigen is dit effect sterker zichtbaar via de risicoperceptietest.  Voor de 6 jarigen is het positieve effect sterker zichtbaar in de scores die de leerkracht via de Bonner vragenlijst geeft.

Zelfs bij erg jonge kinderen (4 jarigen) kan men risicoperceptie op een vrij eenvoudige manier registreren.  De gebruikte test is veelbelovend maar vraagt nog meer aanpassingen.  De kwaliteit van de gebruikte foto’s moet professioneler en meer eenduidig interpreteerbaar zijn.  Verder moet er nog meer finetuning komen qua niveau van het beeldmateriaal en de gebruikte parameters in functie van de leeftijd.  Het toepassingsgebied van deze risicoperceptietest is zeer breed.  Zo zou een test ontwikkeld kunnen worden waarmee men kan nagaan in welke mate kinderen risico’s van bijvoorbeeld verkeerssituaties of speelterreinen kunnen zien.

Leerkrachten rapporteren een verbetering van concentratie, conflictgevoeligheid en zelfwaardegevoel  na het uitvoeren van het experiment.  Vanuit pedagogisch standpunt is dit een interessant gegeven dat er op wijst dat opvoeders met het avontuurlijke aanbod een verschil kunnen maken.   Immers door het verbrede aanbod krijgt de leraar een breder beeld van de kwaliteiten van de leerling en dit kan de leerkracht kind relatie verbeteren met diverse positieve effecten tot gevolg.  De discussie of het aanbieden van avontuurlijke activiteiten aan kinderen op school tot de kerntaak van de leraar behoort, is hiermee niet beslecht.  Met het oog op toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen waar de school en vooral de brede school meer en meer opvoedingstaken krijgt zal ook de aandacht voor risicocompetentie wellicht aan belang toenemen.

Risicocompetentie kun je observeren.  Het hier uitgewerkte observatieinstrument biedt perspectieven voor leraars om risicocompetentie verder te ondersteunen.  Het instrument moet echter meer verfijnd worden.  Recente ontwikkelingen m.b.t. het observeren van riskant spel (Sandseter 2010) kan perspectieven bieden.