U bent hier:
  • home
  • Avontuurlijke activiteiten
timmeren

AVONTUURLIJKE ACTIVITEITEN OP SCHOOL

Riskant spel/avontuurlijk spel (1) kan gedefinieerd worden als spannende en opwindende vormen van spel waarbij een risico op een fysieke verwonding mogelijk is. Het is loslaten van controle en het overwinnen van angst in situaties van hoogte,  snelheid, spel met gevaarlijke tuigen, spel dicht bij gevaarlijke elementen, stoeispel en verstoppertje/verloren lopen.

Om kinderen in risicocompetentie te laten groeien is het belangrijk van ze risicovolle situaties aan te bieden waarin het risico aanvaardbaar blijft.

Dit doen we door zowel ruiimte te geven waarin ze kunnen experimenteren als als af te grenzen wanneer kinderen een onaanvaardbaar risico nemen. We durven iets te laten gebeuren...  Om de veiligheid te garanderen doen we dit in kleine groepjes met de leerkracht.

Om een effect te hebben op de risicocompetentie van de kinderen is de frequentie en de intensiteit van het aanbod belangrijk. We moeten dus regelmatig risicovolle situaties aanbieden.

 

1. De categorieën van avontuurlijk spel

Als kinderen riskant spel zelf opzoeken zien we  zes categorieën opduiken (2) :

  • spelen op hoogte : Kinderen klimmen in bomen, torens, op hekken, rotsen, lage daken,… naar beneden springen vanuit stabiele oppervlakten zoals rotsen, stevige takken,…  en labiele oppervlakten zoals een bewegende schommel of dunnere en minder stevige takken. Kinderen balanceren ook op stenen muurtjes, hekken, speeltoestellen en neergevallen takken. Veder is hangen, schommelen en bengelen op grote hoogte erg populair

  • spelen met snelheid: Schommelen is hierin erg geliefd. De kinderen zoeken risico op verschillende manieren : altijd maar hoger, met twee op de schommel, de schommel ronddraaien en dan afdraaien, rechtstaan op de schommel, twee schommels laten botsen. Ook sleeën op verschillende manieren behoort tot riskant spel : sleeën op hun zitvlak, op hun rug, op hun buik, met verschillende tegelijk. Fietsen, ongecontroleerd de berg aflopen en skaten vallen ook onder deze categorie.

  • spelen met gevaarlijke voorwerpen : Hieronder vallen het gebruik van messen, hamers en nagels, pijl en boog, bijlen en zagen en ook touwen.

  • spelen in de nabijheid van gevaarlijke elementen: dit houdt spelen bij steile rotswanden en kliffen in net als bij diep water of de zee of bij vuur.

  • trek- en duwspelen (stoeispelen) : met ondermeer worstelen op de grond, ‘vechten’ spelen door te slaan en dingen te gooien naar andere kinderen, sabelen met stokken of andere voorwerpen, binnen een dunne lijn tussen echt vechten en spel. Dit spel maakt deel uit van rollenspel (koning, ridder, superheld)

  • spel waarbij kinderen kunnen verloren lopen of verdwijnen : hierbij kunnen de kinderen op ontdekkingstocht.

 

Het onderwijsaanbod dat wij voorstellen is gebaseerd op deze categorieën. Omdat in onze Vlaamse omgeving het spelen nabij gevaarlijke elementen niet echt vaak voorkomt hebben we weinig rond deze categorie gewerkt.

 

2. Ontwerpen van avontuurlijke activiteiten

De basis van de avontuurlijke activiteiten zijn de zes categorieën van spel die Sandseter beschrijft aangevuld door de principes van uitdagende buitenspel ruimten van Hellen Tovey(3).

Voor de activiteiten op hoogte, met snelheid en verstoppen zorgen we dat de ruimte veranderbaar is door te werken met losse delen en met materialen die omgebouwd kunnen worden. Hierin kunnen kinderen exploreren, experimenteren en problemen oplossen.

Dit zorgt er ook voor dat kinderen hun verbeelding kunnen laten werken.

Voor het ontwerpen van een avontuurlijke speelomgeving voor kinderen die aan de wettelijke normen voldoet kan je beroep doen op volgende website ::

http://economie.fgov.be/nl/ondernemingen/securite_produits_et_services/Veiligheid_van_speelterreinen_en_speeltoestellen/

3. Begeleiden van avontuurlijke activiteiten

Aan de gezichtsuitdrukkingen van kinderen kunnen we zien dat ze betrokken spelen binnen dat avontuurlijk spel. Ze vertonen prettige gevoelens zoals opwinding of juist onprettige gevoelens zoals angst of een afwisseling tussen prettige- en onprettige gevoelens(4).

Avontuurlijke activiteiten worden in Noorwegen op verschillende manieren begeleid (5). De begeleiders houden het riskant spel meestal in de gaten zonder in te grijpen maar ze blijven wel in de nabijheid. Soms neemt de leerkracht ook bewust afstand van het riskant spel en laat het avontuurlijk spel gebeuren zonder in de buurt te zijn (bv. als kinderen zich willen verstoppen). Maar de leerkracht kan ook initiatief nemen en actief bijdragen in het risico door bv. de schommel te duwen of mee te sleeën, bijkomende risicovolle materialen aan te bieden of meer vrijheid toe te staan. Bij onaanvaardbaar risico wordt het risico beperkt.  Zo wordt een schommel vertraagd of stilgelegd als een kind echt te bang is of de leerkracht de actie onverantwoord vindt. De  aard van het  begeleiden is afhankelijk van het risiconemend gedrag van het kind, met name het gedrag van het kind en de kans op verwonding(6) en (7). Daarbij spelen ook de vroegere ervaringen en de persoonlijkheid van de leerkracht ook een rol in de begeleiding van het riskant spel. Iedere leerkracht heeft zijn persoonlijke grens in de beslissing wanneer hij/zij een risico al dan niet aanvaardbaar vindt. In onderstaande tabel wordt een mogelijke begeleidingsstijl beschreven bij een verschillend risicogedrag van kinderen.

(1) Sandseter EBH (2007), Categoris in isky play—how can we identify risk‐taking in children's play? European Early Childhood Education Research Journal, Volume 15, Issue 2

(2) Sandseter EBH (),Risky Play Among Four and Five Year-old Children in Preschool

(3) Hellen Tovey : Creating challaging outdoor play Spaces : www.childreninwales.org.uk/12965.file.dld

(4)  Sandseter EBH (2009), .Children's Expressions of Exhilaration and Fear in Risky Play, Contemporary Issues in Early Childhood volume 10 number 2

(5) Sandseter EBH (2009) Affordances for Risky Play in Preschool: The Importance of Features in the Play EnvironmentEarly Childhood Education Journal, v36 n5 p439-446).

(6) Little,H., Wyver, S., & Gibson, F. (2011). The influence of play context and adult attitudes on young children’s physical risk-taking during outdoor play. European EarlyChildhoodEducation Research Journal, 1991, 113-131

(7) Sandseter EBH (2009), Risky Play and risk management in Norwegian preschools, Safety science monitor v 13.

4. Voorbeelden van avontuurlijke activiteiten

Hieronder vindt u voorbeelden van avontuurlijke activiteiten die u in de klas, in de turnzaal of op de speelplaats kan doen. De activiteiten staan in een opbouwende volgorde per categorie. U kan de activiteiten natuurlijk ook los van elkaar gebruiken en u kan de categorieën ook door elkaar gebruiken of.

Er zijn activiteiten ontworpen voor de kleuterschool en voor de eerste graad van de lagere school. De activiteiten van de kleuterschool kunnen ook in de de lagere school aangeboden worden.

De uitgebreide fiches met onder andere uigeschreven leerdoelen, een analyse van het risico en tips rond ehbo kan u vinden in het didactisch pakket dat u hieronder kan downloaden. De ehbo-tips op de fiches werden gebaseerd op het boekje ' Eerste hulp voor leerkrachten van het Rode Kruis-Vlaanderen.'

5. Stimuleren van andere ontwikkelingsdoelen / eindtermen

De activiteiten uit het didactisch pakket omvatten heel wat ontwikkelingsdoelen en eindtermen.  Bij avontuurlijke activiteiten wordt er uiteraard in de eerste plaats aan veiligheid gewerkt maar vanuit de visie van avontuurlijk spel komt er een veel breder pakket aan doelen aan bod. Zo werken we bijvoorbeeld in bewegingsactiviteiten ook niet enkel aan motoriek (motorische competenties) maar ook aan muzische competenties, wereldoriëntatie (mens en ruimte) en wiskundige initiatie (wiskunde). Omdat kinderen opdrachten krijgen wordt er ook aan luistervaardigheden gewerkt (Nederlands) en omdat kinderen materialen en opdrachten bespreken oefenen ze ook spreekvaardigheden (Nederlands). In bijvoorbeeld een kookactiviteit komen er niet enkel ontwikkelingsdoelen en eindtermen uit wereldoriëntatie aan bod (natuur, techniek) maar werken kinderen ook aan fijne motoriek, muzische doelen, wiskundige aspecten en Nederlands (luisteren en spreken). Leren omgaan met risico’s spreekt ook heel erg de sociale competentie aan en zo komen ook de vakoverschrijdende eindtermen aan bod.

In onderstaande tabellen ziet u gedetailleerd aan welke ontwikkelingsdoelen of eindtermen er in welke activiteit gewerkt wordt. Zo krijgt u een beeld over de rijke kansen die de activiteiten bieden en kan u vlot uw agenda invullen