U bent hier:

De ongevallenverzekering van de schoolpolis, de moeite waard

De onderwijsinstelling is vrij om al dan niet een ongevallenverzekering af te sluiten. Ook de keuze van de verzekerde waarborgen en de inhoud daarvan, zijn niet wettelijk vastgelegd. De polisvoorwaarden verschillen nogal per verzekeraar. In functie van de concrete noden kan elke onderwijsinstelling een ongevallenverzekering op maat afsluiten.

De ongevallendekking in de schoolpolis komt in bepaalde mate tegemoet in de financiële gevolgen van lichamelijk letsel door een verzekerd schoolongeval, ook wanneer niemand hiervoor aansprakelijk is.

Standaard worden alleen de leerlingen van de onderwijsinstelling verzekerd. De premie voor deze waarborg is afhankelijk van het aantal in de school ingeschreven leerlingen.

De onderwijsinstelling kan ervoor kiezen ook andere personen permanent of tijdelijk van de ongevallendekkking te laten genieten. Daartegenover staat de betaling van een bijpremie.

De uitbreiding van de ongevallendekking voor bezoekers of deelnemers is bijvoorbeeld een aandachtspunt bij de organisatie van evenementen. Dit is evenwel geen verplichting.

Ook al is het wettelijk niet verplicht, toch is het sterk aan te raden om ook voor vrijwilligers een ongevallendekking te voorzien. Vrijwilligers vallen immers niet onder de arbeidsongevallenverzekering van de onderwijsinstelling.

Praktijkonderzoek wijst uit dat de ongevallenverzekering van vrijwilligers in de schoolpolissen vaak eerder beperkt is.

  • De waarborg is niet verplicht. Het is dus mogelijk dat er geen ongevallenverzekering genomen werd.
  • De waarborgen zijn vaak identiek aan de veelal lage vergoedingen voorzien voor de leerlingen. Er wordt dan ook geen rekening gehouden met de economische weerslag van het ongeval op het slachtoffer zoals zijn/haar loonverlies of verlies van concurrentiepositie op de arbeidsmarkt.
  • In vergelijking met de arbeidsongevallenverzekering valt op dat de dekking niet voorziet in levenslange rentes maar in de eventuele uitbetaling van een eenmalig kapitaal in het geval dat het slachtoffer aan het ongeval een blijvende invaliditeit overhoudt.

Verzekeraars bieden vaak ook alternatieve waarborgen aan om de vrijwillige medewerkers meer optimaal tegen het ongevallenrisico te beschermen.

Welke situaties zijn verzekerd door de ongevallenverzekering van de schoolpolis?

De ongevallenverzekering verzekert enkel 'lichamelijke ongevallen'.

Door de verzekeraars wordt een 'lichamelijk ongeval' omschreven als:

  • een plotse gebeurtenis
  • met een uitwendige oorzaak
  • met een aantasting van de lichamelijke gaafheid tot gevolg.

Een ziekte die zich op school manifesteert, is dus niet gedekt.

Een ziekte die zich heeft ontwikkeld ten gevolge van een plotse gebeurtenis is dan weer wel gedekt. Denk bijvoorbeeld aan tetanus na een val in een verroeste prikkeldraad.

De ongevallenverzekering vergoedt enkel lichamelijk letsel of het overlijden van het slachtoffer. Stoffelijke schade wordt niet vergoed.

Ook o.m. volgende situaties worden door de verzekeraars als een 'ongeval' beschouwd:

  • spierscheuren en andere gevolgen van krachtinspanningen
  • verdrinking
  • vergiftiging
  • het inademen van giftige gassen.

Net als voor de BA-school, geldt de ongevallenverzekering van de schoolpolis voor de schadegevallen die gebeuren tijdens het schoolleven.

Anders dan voor de BA-school, zijn de ongevallen die gebeuren op de schoolweg meestal wel verzekerd in de ongevallenverzekering van de schoolpolis.

Wat waarborgt de ongevallenverzekering van de schoolpolis?

De verzekeringsformules verschillen niet alleen per verzekeraar, maar ook per onderwijsinstelling. Maatwerk is immers mogelijk. Hierna volgt een bondig overzicht van de waarborgen die op de schoolverzekeringsmarkt aangeboden worden. De concrete verzekeringsdekking die geldt voor een bepaalde onderwijsinstelling, wordt beschreven in de algemene en de bijzondere polisvoorwaarden.

Vooral de waarborg medische kosten wordt vaak aangesproken om de uitgaven die niet door het ziekenfonds worden terugbetaald, ten laste te nemen, meestal beperkt tot maximaal 'éénmaal het RIZIV-tarief'.

Voor behandelingskosten die niet voorkomen in de nomenclatuur van het Rijksinstituut van de Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, is er meestal slechts tussenkomst indien ze voorgeschreven zijn door een geneesheer. Het maximaal verzekerd bedrag wordt vermeld in de bijzondere voorwaarden en is vaak eerder beperkt (vb. 250 euro voor al deze kosten samen, per slachtoffer).

Het gaat dan bijvoorbeeld om pijnstillers, verbanden, behandeling door een osteopaat of podoloog, en dergelijke.

Bepaalde kosten worden sowieso maar tot een bepaald bedrag vergoed door de verzekering, na tussenkomst van het ziekenfonds.

Voor tandprothesen wordt een maximumbedrag betaald per slachtoffer (vb. 1 500 euro) en per tand (vb. 375 euro). Voor andere tandbehandelingen geldt de normale berekeningsformule naargelang de behandeling onder de nomenclatuur valt of niet.

Bij brilschade wordt meestal vereist dat de bril gedragen werd op het ogenblik van het ongeval. Wanneer de bril beschadigd werd tijdens een ongeval op de schoolweg, wordt vaak bijkomend vereist dat het slachtoffer zelf ook lichamelijke schade opliep.

De ongevallenverzekering vergoedt de brilglazen meestal integraal. Voor het montuur is er vaak een beperkte tussenkomst van bijvoorbeeld 25 euro.

Voor de terugbetaling van prothesen geldt doorgaans de regel dat enkel de eerste prothese die nodig is door het ongeval, wordt vergoed.

De terugbetaling van behandelingskosten wordt meestal beperkt in de tijd, meer bepaald tot de genezing of tot het ogenblik waarop de letsels geconsolideerd worden.

Consolidatie gebeurt wanneer het slachtoffer en de verzekeraar oordelen dat de letsels niet meer zullen evolueren. Polissen bepalen ook dat uiterlijk na vb. 2, 3 of 5 jaar de tussenkomst voor behandelingskosten sowieso ophoudt, zelfs wanneer de letsels nog evolueren.

Wanneer het schoolongeval leidt tot een blijvende invaliditeit, krijgt het verzekerde slachtoffer een eenmalige vergoeding die berekend wordt op basis van het in de polis vastgelegde kapitaal a rato van de toegekende invaliditeitsgraad.

De invaliditeitsgraad wordt vastgelegd op het moment van de consolidatie. De geneesheer baseert zich hierbij op de Officiële Belgische Schaal van Invaliditeit (ook gekend als OBSI).

De meeste polissen bepalen een absoluut eindmoment om te consolideren, vb. ten laatste 2, 3 of 5 jaar na de dag van het ongeval, ook al zijn de letsels in werkelijkheid nog niet stabiel. Er zijn evenwel ook contracten waarbij de getroffene wel kan beslissen het consolidatiemoment uit te stellen. Uitstel van consolidatie betekent dan ook vaak uitstel van betaling van de invaliditeitsvergoeding.

Belangrijk! De vergoeding van de blijvende invaliditeit is louter gebaseerd op de fysische gevolgen van het schoolongeval. Er wordt geen rekening gehouden met het economisch effect daarvan.

De meeste onderwijsinstellingen nemen in hun ongevallenverzekering ook een waarborg op voor het overlijdensrisico van hun leerlingen en eventueel ook voor de andere verzekerde personen, zoals de vrijwilligers. Deze waarborg bestaat uit een bedongen kapitaal dat bij overlijden aan de aangeduide begunstigden wordt betaald. Polissen voorzien doorgaans dat de vergoeding enkel betaald wordt voor zover het overlijden een gevolg is van het ongeval en plaatsvindt binnen de drie jaar na de dag van het ongeval.

Het is wettelijk verboden om voor kinderen jonger dan 5 jaar een overlijdenskapitaal te verzekeren.

Bij een overlijden neemt de ongevallenverzekeraar ook de begrafeniskosten ten laste, beperkt tot een maximum verzekerd bedrag.

Wat wordt niet vergoed door de schoolongevallenpolis?

Stoffelijke schade is niet gedekt door de ongevallenverzekering.

Schade aan de fiets, fietshelm, kledij, boekentas, enz. worden niet vergoed. Brillen worden  wel vergoed als medische kost, weliswaar onder bepaalde voorwaarden.

Psychisch letsel wordt op zich niet vergoed.

Soms worden de gevolgen van het ongeval verzwaard omdat de benadeelde bijzonder gevoelig was voor het opgelopen letsel door een bepaalde ziekte of een lichaamsgebrek dat voor het ongeval al bestond. In het verzekeringsjargon spreekt men van een 'voorafbestaande toestand'. De verzekeraar zal de weerslag van deze omstandigheid niet ten laste nemen.

Verergeringen van de gevolgen van een schoolongeval door een niet-gedekte gebeurtenis zijn evenmin gedekt.

Ongevallen door opzet of een in de polis omschreven geval van zware fout van de getroffene, zijn uitgesloten.

Verder staat het de verzekeraar vrij om bepaalde schadegevallen van de dekking uit te sluiten. Zo zullen bepaalde sportactiviteiten niet verzekerd worden of enkel mits voorafgaande melding en betaling van een bijpremie.